Het klinkt misschien hard, zelfs een beetje griezelig. Natuurlijk is het niet de bedoeling van een school dat een kind achteruitgaat. En het is al zeker niet de reden waarom je je kleine knuffel voor het eerst met een klein hartje aan de schoolpoort afgeeft.
Toch kan je na enkele weken soms merken dat er vreemde dingen gebeuren. Je kind verandert. Het lijkt minder te kunnen dan thuis. Het past zich aan, trekt zich terug of raakt gefrustreerd. Dan komen de vragen vanzelf: wat is hier aan de hand? Kan school écht zo’n effect hebben?
Ja, dat kan. En bij hoogbegaafde kinderen gebeurt het vaker dan veel mensen denken. Daarom delen we ons verhaal: niet om met de vinger te wijzen, maar om andere ouders sneller te laten herkennen wat er mogelijk speelt.
Hoe het bij ons begon
Eén van de belangrijkste redenen waarom wij met Gromicoach gestart zijn, is omdat we zelf in zo’n situatie terechtkwamen. Onze derde dochter ging voor het eerst naar het peuterklasje. Ze kon toen al goed tekenen, was zindelijk, kende al heel wat woorden en leek helemaal klaar om de fantastische wereld van de peuterklas binnen te stappen.
De eerste dag stapte ze met een bang hartje, maar ook met nieuwsgierige ogen, de kleuterschool binnen. Na een paar dagen begonnen we echter steeds meer veranderingen te zien. Ze huilde hard wanneer Marjolein haar naar school bracht. Bij het afhalen kregen we bijna elke dag een extra zakje mee omdat ze in haar broek had gedaan. En haar tekeningen op school leken in niets op wat ze thuis maakte.

Photo by Kin Shing Lai on Unsplash
Thuis zagen we een kind dat creatief, gevoelig en leergierig was. Op school leek ze zich te verlagen naar wat daar verwacht werd. Ze ging als het ware van een kleine ‘kleuter-Picasso’ naar wat men als normaal kleuterniveau zag. Als ouders begrepen we niet wat er gebeurde. Onze twee oudste dochters liepen op dezelfde school een ‘perfect’ traject. Dus dachten we automatisch: het zal wel aan ons kind liggen.
We wisten niet wat we moesten doen. Op een dag zei Marjolein dat het zo niet verder kon. Onze wasmachine was net kapot, waardoor we al die natte broekjes niet meer gewassen kregen. Waarop onze dochter plots zei: “Geen probleem mama, dan stop ik daar wel mee.” Vanaf die dag was het inderdaad gedaan.
Voor ons was dat onbegrijpelijk. Als nietsvermoedende ouders waren we natuurlijk opgelucht dat dit ‘probleem’ opgelost was. Maar achteraf beseften we: het probleem was niet weg. Alleen het meest zichtbare symptoom was verdwenen.
Oudercontacten: “Spreek jij wel over ons kind?”
Ook de oudercontacten waren verwarrend. Wat de juf vertelde, leek nauwelijks overeen te komen met het kind dat wij thuis zagen. Onze dochter had zich zo sterk aangepast aan het klasje waarin ze probeerde te functioneren, dat ze een volledig eigen rolletje was gaan spelen.
Dat bracht veel twijfel met zich mee. Waar was onze dochter gebleven? Deden wij iets verkeerd? Was er thuis misschien iets waardoor ze zichzelf niet kon zijn? En tegelijk dachten we: de juf zal toch wel weten hoe ze met kleuters moet omgaan.
Op school was ze flink, maar thuis was ze één groot vat frustratie dat af en toe ontplofte.

Dom, dommer, domst?
Tegen de tijd dat ze in het eerste leerjaar zat, leek het helemaal fout te lopen. Thuis maakte ze complexe puzzels, tekende en knutselde ze graag, en kon ze al vlot tellen en rekenen. Maar op school lukte dat blijkbaar niet. Haar wiskunde ging achteruit en de school begon te spreken over een ernstige achterstand.
Er zou extra tijd nodig zijn om die achterstand bij te werken. Volgens de leerkracht was een gewone school misschien zelfs te hoog gegrepen voor haar. Dat kwam hard binnen. Want het kind dat wij thuis zagen, leek helemaal niet op het beeld dat op school ontstond.
Gelukkig ontdekten we dat er iets anders aan de hand was. Dankzij een gesprek met Sabine Sypré van Hoogbloeier kwamen we tot het inzicht dat onze dochter hoogbegaafd was. Vanaf dat moment startte een lang en moeilijk traject, maar ook een traject dat eindelijk richting gaf.
Vandaag hebben we een dochter die versneld is, zichzelf goed kent, zelfzeker in het leven staat en elke dag haar grenzen verlegt.
De eerste stap: kennis rond hoogbegaafdheid
Dit hele traject begon met één belangrijke stap: kennis. Ondanks ons ongeloof gingen we toch op gesprek bij Hoogbloeier. We lieten onze dochter coachen, begonnen ons te verdiepen in hoogbegaafdheid en richtten later ons eigen bedrijf op omdat we deze kennis zo belangrijk vonden om te delen.
Net zoals wij toen thema-avonden bij Sabine volgden, geven we die nu zelf. Net zoals onze dochter coaching kreeg rond mindset, begeleiden wij nu zelf kinderen en ouders. Daarnaast schoolden we ons verder bij en geven we vandaag ook opleidingen Positive Discipline aan ouders.
In die opleidingen laten we ouders via oefeningen voelen wat hun kind mogelijk ervaart. We reiken oplossingen aan en testen die samen uit in rollenspelen. Zo wordt kennis niet alleen theorie, maar iets wat je thuis en op school concreet kan toepassen.
En dat alles met één groot doel: dat jouw kind de kans krijgt om écht te leren — op school én thuis.

