maar struikel over ‘simpele’ taken
Als ik er nu op terugkijk,
vallen de puzzelstukjes bijna vanzelf in elkaar. Zeker als ik aan de slag ga met de “De kracht van de 5 overexcitabilities van Dabrowski’
Maar toen? Toen vond ik het vooral… raar. En eerlijk? Ik voelde me soms zelfs dom.
Ik herinner me nog mijn eerste jaar in het hoger onderwijs. Vijf examens.
Vier examens waar heel veel studenten voor gebuisd waren — en ik erdoor was.
En één examen waar iedereen voor slaagde… en ik niet.
Op het einde van dat jaar dacht ik oprecht dat ik niets gekund had. Terwijl ik objectief bij de weinigen hoorde die erdoor waren. Maar ik was vooral ongelukkig. Omdat al mijn vrienden tweede zit hadden. En ik niet begreep waarom ik mij zo slecht voelde terwijl ik “geslaagd” was.
Het was complex, onduidelijk en zo ‘niet juist’, want ik was niet slim … allé, met wat ik nu weet voelde ik me vooral niet slim omdat ik niet sociaal vaardig was zoals de meeste van m’n ‘collega’s’ op school.

Photo by Karla Hernandez on Unsplash
Aan de ene kant:
- snel verbanden zien
- systemen doorzien
- risico’s en blinde vlekken voelen aankomen
En tegelijk:
- botsen wanneer ik die inzichten probeerde uit te leggen
- weerstand krijgen omdat het “te complex” was
- vooral opvallen door mijn kemels bij de zogezegd evidente taken
En net dát bleef hangen.
Als ik teruggrijp naar de vraag uit mijn vorige post —
wat als mijn intensiteit geen probleem is? — dan kwam daar bij mij meteen een nieuwe verwarring boven.
Want eerlijk?
Ik begreep vaak wel wat er moest gebeuren. Ik zag verbanden snel. Ik doorzag systemen. Ik voelde aan waar iets op termijn zou vastlopen.
En toch…
Het waren niet die complexe stukken die mij leeg trokken. Het waren de zogezegd simpele dingen. Vergaderingen zonder duidelijk doel.
Waar voor mij de oplossing al helder was, maar het daar nooit over leek te gaan.
Small talk die nergens naartoe ging.
Voor mij — en voor heel veel klanten die bij ons langskomen — een van de meest vermoeiende dingen die er zijn. Vaak benoemd als een “sociale handicap”
die opgelost moet worden.
Onuitgesproken regels die iedereen leek te kennen — behalve ik.
Taken die op zich logisch klonken, maar die, als je ze samenlegde, verwarrend werden en ons net verder weg brachten van het evidente doel.
Dat maakte me onzeker.
Heel onzeker.
Tot op het punt dat ik er letterlijk ziek van werd. Doorheen mijn hele carrière heb ik allerlei psychosomatische klachten gehad, vooral aan maag en darmen. Soms ook hoofdpijn. In 2011 was ik er zelfs bijna aan gestorven door een longontsteking, en in 2012 kreeg ik te maken met een serieuze burn-out.
Hoe kan het dat ik dit allemaal begrijp, maar hier zo moe van word? Begrijp ik het dan eigenlijk wel echt? Want iedereen gaat een andere richting uit. Dan zal het toch wel juister zijn hen te volgen?
Zeker die collega’s met jaren ervaring. Zij met de fancy studies. En ik… de jonkie.
Waarom kan ik diep nadenken over ingewikkelde vraagstukken, maar raak ik vast in sociale processen
die voor anderen vanzelfsprekend lijken?
Waarom kan ik het denken niet gewoon stoppen en “er gewoon zijn”, zoals de rest?
Waarom kan ik niet eens simpel gelukkig zijn, zonder al die existentiële vragen?
Lange tijd dacht ik:
dit zou toch makkelijk moeten zijn.
Ik moet gewoon leren hoe zij dit doen. Nu doe ik het fout,
maar later komt het wel goed.
Tot ik begon te zien dat “simpel” vaak iets anders betekent dan “eenvoudig”.
Veel van die taken zijn niet inhoudelijk eenvoudig. Ze zijn sociaal, impliciet en contextueel.
Ze vragen:
- tussen de regels lezen
- aanvoelen wat er niet gezegd wordt
- meebewegen met logica die niet uitgesproken mag worden
- én tegelijk zelf weten waar je naartoe wil,
terwijl je afstemt op waar de anderen staan,
zodat je samen een pad kan uitstippelen
waar ieders meerwaarde tot zijn recht komt
En net daar haken net zoals ik veel neurodivergente, hoogbegaafde mensen af.
Niet omdat ze het niet kunnen. Maar omdat hun brein anders werkt.
Ik werk in lagen. Ik zoek betekenis, samenhang en eerlijkheid. Niet snelheid. Niet oppervlakkige soepelheid.
Dat maakt mij niet moeilijk. Dat maakt mij anders afgestemd.
Maar als je dat niet weet, ga je jezelf verwijten maken. Dan denk je dat jij het probleem bent. Dat je te traag bent. Te complex. Te gevoelig. Terwijl je in werkelijkheid
probeert te functioneren
in een wereld die vaak plat communiceert. Dat put je uit tot aan zo’n longonsteking of burn-out.
Wat voor mij echt het verschil maakte, was niet dit inzicht alleen.
Het grote verschil kwam toen een coach in mij kwaliteiten zag die ik zelf nog niet kon zien. Die mijn intensiteit niet wilde temperen, maar hielp herkennen. Die mij leerde kijken naar mezelf als iemand die wel degelijk iets te zeggen heeft. En die me hielp geloven dat mijn ideeën er niet alleen mogen zijn — maar soms zelfs nodig zijn.
Complex denken en vastlopen op simpele dingen
horen vaak bij hetzelfde systeem.
En dat systeem probeert niet lastig te zijn. Het probeert kloppend te zijn.
👉 In de volgende post ga ik dieper in op waarom sommige spanningen geen teken zijn dat er iets mis is met jou, maar signalen dat je misschien in de verkeerde context zit.
Soms is begrijpen waarom al genoeg om jezelf niet langer te veroordelen.
De kracht van de 5 overexcitabilities van Dabrowski
Deze blog is geinspireerd op de blogreeks die we gemaakt hebben rond de OE van Dabrowski
